← Terug naar overzicht

Besluit van 21 mei 2026 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 8 april 2026 tot wijziging van diverse wetten in verband met het overzetten van bepalingen uit de Vangnetregeling Omgevingswet naar de wet in formele zin, alsmede met het herstellen van wetstechnische gebreken en leemten (Stb. 2026, 94)

2/5

Gemiddeld risico

Samenvatting

De overheid heeft bepaald wanneer een nieuwe wet in werking treedt die regels uit de tijdelijke Vangnetregeling Omgevingswet omzet naar een officiële wet. Dit besluit gaat over de inwerkingtreding van die wijziging, die ook kleine wetstechnische fouten in de Omgevingswet herstelt. Voor de meeste MKB-ondernemers verandert er weinig in de dagelijkse praktijk, maar als je werkt met vergunningen of projecten onder de Omgevingswet is het goed om te weten dat dit besluit nu formeel van kracht is.

Voor welke sectoren?

Wat moet ik doen?

Dit inwerkingtredingsbesluit is een formele stap waarbij de overheid vastlegt op welk moment de eerder vastgestelde wet (Stb. 2026, 94) officieel van kracht wordt. De inhoudelijke wet zelf wijzigt diverse wetten door bepalingen uit de tijdelijke Vangnetregeling Omgevingswet over te zetten naar de 'wet in formele zin'. Dat betekent dat tijdelijke noodregelingen die na de invoering van de Omgevingswet zijn ingezet, nu een permanente juridische basis krijgen. De Omgevingswet, die in 2024 in werking trad, heeft een aanzienlijke stelselwijziging veroorzaakt op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, bouwen en natuur. De Vangnetregeling was een tijdelijke voorziening om problemen en onduidelijkheden in die overgangsperiode op te vangen. Nu die tijdelijke regeling structureel wordt verankerd in formele wetgeving, is de regelgeving stabieler en voorspelbaarder voor ondernemers die met omgevingsrechtelijke vergunningen te maken hebben. Voor het overgrote deel van het MKB heeft dit besluit geen directe praktische gevolgen. De wijzigingen zijn primair van wetstechnische aard: het gaat om het repareren van omissies, inconsistenties en kleine fouten in de wetgeving, en om het formaliseren van al bestaande regels. Ondernemers die actief zijn in de bouw, de agrosector of zakelijke dienstverlening rondom ruimtelijke planvorming zijn de meest relevante doelgroep, maar ook voor hen geldt dat de inhoudelijke verplichtingen niet wezenlijk veranderen.